Het zijn ongekende omstandigheden waarin ons land, ja feitelijk de gehele wereld zich bevindt. Er zullen niet veel mensen zijn die een half jaar geleden voorspeld hadden, dat zo snel het dagelijks leven van vrijwel de hele wereldbevolking zo drastisch zou veranderen, al waren er wel enkelen die dat voorzagen. Een onaanzienlijk klein virus bleek in staat alle levensgewoonten op zijn kop te zetten en voor een pandemie en wereldcrisis te zorgen.

Zoals bij elke crisis komen de meer edele en creatieve eigenschappen van mensen naar boven. Er zijn talloze initiatieven van mensen om in deze bijzondere omstandigheden te overleven en – wat nog veel belangrijker is – elkaar te helpen door deze crisis te komen. We zien echter ook angst, wat zich bijvoorbeeld uit in het hamsteren van allerlei producten waar helemaal geen schaarste aan is. Mensen vragen zich af of ze ziek worden, het kunnen overleven en hoelang deze toestand nog duurt.

Angst voor het coronavirus zelf is niet nodig. Als je nuchter nadenkt, zijn er zijn twee mogelijkheden. We zijn niet vatbaar. Dat wil zeggen dat we het virus niet aantrekken. Of we zijn wel vatbaar. Dan gaan we door een meer of minder zware ziekteperiode heen, die – hoe vervelend fysiek soms ook -  zorgt voor een nieuwe balans en hernieuwde vitaliteit. Mochten we eraan sterven – wat in kleine percentages bij elke soort griep altijd gebeurt – dan komt dat maar voor een klein deel door het virus, want dat is slechts de druppel die de emmer doet overlopen. Bovendien is sterven geen absoluut einde, integendeel, het is de start van een innerlijke rustperiode, gevolgd door het oppakken van onze evolutie.

Het woord crisis duidt op een dieptepunt van een bepaalde neergaande ontwikkeling. Als dat waar is, dan is er na de crisis een opgaande lijn. Dan is de weg uit de put gevonden. Natuurlijk blijft het gevaar dat we terugvallen, maar er is de kans dat we een nieuwe weg inslaan.

Het grootste gevaar waar de mensheid thans voorstaat, is niet het virus zelf; dat zullen we na kortere of langere tijd wel overwinnen. Veel groter gevaar is dat we terugvallen op onze zelfzuchtige gewoonten, die uiteindelijk de diepere oorzaak van deze crisis zijn geweest.  De kansen die deze crisis biedt, kunnen er echter toe leiden dat ze een zegen voor ons kan zijn.

Wat zijn dan die kansen?

Laten we allereerst naar de individuele mens kijken. Door de sociale isolatie die door de crisis ontstaan is, kunnen we tot een veel groter besef komen dat werkelijk geluk alleen maar dankzij onze medemensen ontstaat. We kunnen niet zonder elkaar. Waarom zouden we dan ten koste van anderen willen leven? Waarom zouden we onze persoonlijke, individuele welvaart als hoogste prioriteit in ons leven stellen nu blijkt dat die welvaart geen garantie voor een gelukkig en harmonieus leven is? 

De crisis kan onze empathie versterken. Is het niet vreemd dat juist nu er sprake is van ‘fysieke’ isolatie, we ons vaak meer verbonden weten met anderen? Ligt de conclusie daarom niet voor de hand dat ‘fysieke’ isolatie niet hetzelfde is als mentale of spirituele isolatie en dat die laatste twee veel belangrijker zijn? Lichamen kunnen van elkaar gescheiden worden, maar bewustzijnen zijn niet van plaats afhankelijk om elkaar te ontmoeten. Kan de crisis ons deze belangrijke les niet leren?

Deze crisis kan dan ook de meer spirituele eigenschappen in ons naar boven halen, mits we tenminste het geduld ontwikkelen dat van ons gevraagd wordt. Zeker als de fysieke isolatie langer duurt, is dat voor ons een uitstekende oefening om geduld te leren betrachten.

Je kunt de huidige toestand leren opvatten als een periode van reflectie op onszelf en onze positie in de wereld. Dan kun je tot een zekere mate van onthechting komen. Je leert de relativiteit in te zien van allerlei zaken die tot dusver normaal leken te zijn en waarvan we meenden dat ons geluk ervan afhing. We doelen op het bezit van allerlei materiële dingen, op luxueuze vakanties enzovoort.

Nu we gedwongen thuiszitten, zouden we bij onszelf te rade kunnen gaan en onszelf vragen stellen. Beleef ik werkelijke vreugde aan alle hebbedingetjes, de dure elektronica en het pas gekochte bankstel? Op de keper beschouwd bracht het najagen van al deze dingen ons wellicht eerder leed dan geluk. Was het doel van mijn leven een steeds luxueuzer leven te leiden? Zijn er geen andere waarden in het leven? 

Wereldwijze uitdagingen: onze verhouding met dieren

Ook in het groot zijn er talloze kansen. Onze verhouding tot andere landen en tot dieren kan dankzij de crisis drastisch veranderen. Laten we daarom eerst eens stilstaan bij de oorzaken van deze crisis. 

Zoals bij elke grote wereldgebeurtenis zijn er talloze factoren die een rol hebben gespeeld. Feitelijk is de coronacrisis een van de vele crises in onze wereld. Het zou te wensen zijn dat we tot een integrale aanpak kwamen, waarbij we naar de wortel van al deze crises zouden gaan.

Het coronavirus dat de ziekte Covid-19 veroorzaakt, ontstond in Wuhan in China, naar alle waarschijnlijkheid omdat een virus dat in vleermuizen leeft, via een civetkat op mensen is overgegaan. Het is zeker niet de eerste keer dat vanuit dieren virussen naar mensen zijn overgegaan wat tot epidemieën leidt. Overigens gaan ook virussen van mensen op dieren over, maar dat geeft ons geen kopzorgen. Als wij onze verhouding tot dieren niet radicaal zullen veranderen, is het niet onwaarschijnlijk dat het in de nabije toekomst weer zoiets zal plaatsvinden. (Binnenkort verschijnt in ons tijdschrift Lucifer de Lichtbrenger hierover een artikel.) 

Daarom zouden we eens diep moeten nadenken over onze relatie met dieren en vervolgens daaruit de consequenties trekken. Alleen al in ons land leven miljoenen en miljoenen varkens, koeien, geiten en kippen in uiterst onnatuurlijke omstandigheden. Ze leven zeer dicht op de mens, en zeer dicht op elkaar. Onlangs nog werd de vogelpest bij kippen vastgesteld. Deskundigen achten de kans groot dat het virus van deze ziekte net zo goed als het coronavirus naar mensen kan overspringen.

Natuurlijk verzwakken dieren in dergelijke onnatuurlijke omstandigheden. Ze worden vatbaar voor allerlei bacteriën en virussen, die mensen dan weer trachten te bestrijden met allerlei farmaceutische giffen, zoals tonnen antibiotica. Daarmee verzwakken we de dieren nog meer, wat hen nog vatbaarder maakt voor onbekende ziektekiemen. Maar er speelt nog meer. Bestrijdingsmiddelen voor de landbouw en farmaceutica voor de veeteelt worden ontwikkeld in laboratoria, die weliswaar goed afgeschermd en beveiligd zijn, maar waarvan altijd de geheime fabricageprocedures uitlekken, met alle gevolgen van dien. Zo ook het ontwikkelen van allerlei chemische en biologische wapens; ook al gebruiken wij ze niet, de techniek hoe ze gemaakt kunnen worden, wordt uitgedacht, en op de lange duur lekken ze uit. We spelen met vuur. Niet alleen kunnen door de mens gemaakte ziektekiemen ontsnappen, de bereidingswijze ervan kan in de hand van terroristen komen, hetgeen al eens gebeurd is. Het uiterst giftige sarin, dat ontdekt is tijdens een onderzoek naar insecticide, werd door een sekte in de metro van Tokyo gebruikt, waarbij duizenden gewonden te betreuren waren. Het saringas was van inferieure kwaliteit, anders was de ramp nog veel groter geweest.

Het is een illusie dat we ons tegen deze van dieren afkomstige virussen kunnen beschermen door vaccinatie. In de eerste plaats weten we nooit welke virus overspringt, maar bovendien muteren virussen steeds, zodat een na lange tijd ontwikkeld en in voldoende mate geproduceerd vaccin al snel zijn nut verliest, omdat het virus gemuteerd is. De enige werkelijke bescherming ontstaat als we op andere, respectvolle wijze met (huis)dieren omgaan. Immers, het houden van zulke grote aantallen dieren op heel kleine oppervlakten werkt op vele terreinen ontwrichtend. Het voedsel dat deze dieren moeten eten, komt van plekken duizenden kilometers verwijderd van waar deze dieren gehouden worden. Dit betekent dat oerwoud wordt afgebrand voor de productie van cassave en sojabonen, terwijl het hier leidt tot een enorme mestproblematiek en vervuiling van de grond. 

Deze hele problematiek heeft de menselijke gehechtheid aan vlees als oorzaak. Hoewel er in ons land steeds meer mensen zijn die veganist, vegetarisch of flexetarisch zijn, is de totale vleesconsumptie het afgelopen jaar toch toegenomen. 

Alles hangt met elkaar samen. Onze honger naar vlees heeft een systeem doen ontstaan waarin dieren op onwaardige, ja wrede wijze worden gefokt. Dat leidt tot vraag naar veevoer, waardoor het aantrekkelijk werd bos te ontginnen voor soja. Dat leidt tot een mestoverschot hier, draagt bij aan de stikstofproblematiek, de klimaatcrisis, het massaal sterven van insecten en daardoor weer tot die van vogels.

Er zijn geen oorzaken zonder gevolgen. Ieder die objectief naar deze disharmonische toestand kijkt, weet dat er een gevolg moet komen om het evenwicht te herstellen.

Globalisering

Een ander punt waarover we zouden kunnen reflecteren is de globalisering. Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 bleef er nog één ideologie over: de vrijemarkt. De vrijemarkt is gebaseerd op zelfzucht; op individuele zelfzucht, zelfzucht van een bedrijf, of die van een land. In dat laatste geval noemen we het nationalisme. 

Die vrijemarkt is trouwens helemaal niet zo vrij als de naam doet vermoeden. Ze hangt namelijk aan elkaar van allerlei onderlinge afspraken tussen landen en tussen landen en multinationals. Denk bijvoorbeeld aan de belastingvoordelen die veel van deze gigantisch grote bedrijven krijgen, waardoor ze vele miljarden winst kunnen maken. Dergelijke afspraken gaan altijd ten koste van zwakkere partijen en doen de toch al enorme verschillen tussen rijkdom en armoe nog meer stijgen.

In deze zelfzuchtige markt hebben de zwakkeren nooit de vrijheid die de rijkeren hebben. De rijken bezitten bedrijven met monopolies op goederen en diensten. Slechts enkele grote ondernemingen monopoliseren bijvoorbeeld de kleding-, de voedsel- of de chemische industrie. In de ICT-sector worden zelfs grote verliezen gemaakt in de race om zo snel mogelijk monopolist en daarmee de machtigste te worden. Hoor je niet tot de club van monopolisten, dan ben je altijd ondergeschikt aan de spelregels die zij en hun leger juristen hebben opgesteld.

Stel dat je in een dorp in Roemenië geboren bent en ondanks je professionaliteit geen baan kan vinden. De keuze waarvoor je staat is dan: geen werk en geen inkomen, of een laag loon in een ander land. Zonder dat je het beseft, word je door koppelbazen gebruikt om het loon van werk van mensen in West-Europa te verlagen. En als je als Afrikaan geboren bent, zelfs als je hoogopgeleid bent, heb je zelfs die keuze niet eens, want Europa en de VS hebben hun grenzen voor Afrikanen hermetisch afgesloten. Dan mag er wel over vrijemarkt gesproken worden; het is slechts de vrijemarkt voor de rijken.

Als zelfzucht het motief voor economisch handelen is, dan wordt er met vrijwel niets anders rekening gehouden dan met de eigen winst. Dan wordt het productieproces in stukken geknipt en over talloze landen onderverdeeld, als dat de prijs voor het vervaardigen van het product verlaagt en daardoor de winst verhoogt. Dan ontstaan lage-lonen-landen, kinderarbeid en werkeloosheid in voorheen geïndustrialiseerde gebieden. Dan worden in noodsituaties schaarse mondkapjes tegen woekerprijzen aangeboden.

Door de huidige coronacrisis zou bij ons de vraag moeten rijzen of deze vorm van globalisering ertoe heeft bijgedragen dat de wereld rechtvaardiger, harmonieuzer en gelukkiger is geworden. Is het een gezonde situatie als – om maar een voorbeeld te noemen – de meeste van onze kleding in Bangladesh en andere Oost-Aziatische landen vervaardigd wordt in ateliers die bij ons niet toegestaan zijn en onder arbeidsomstandigheden die mensonterend zijn? Is het normaal dat China de ‘fabriekshal’ van de wereld is, waarvandaan zowat alles komt wat wij in grote warenhuizen kopen en wat we na een korte tijd weer weggooien? Misschien is het minder efficiënt als ieder land zelf zijn producten fabriceert en zijn voedsel verbouwt, maar verhoogt het niet het plezier in arbeid als we creatief onze eigen producten kunnen maken? Natuurlijk hoeven we onze grenzen niet te sluiten voor de producten van andere landen, maar zouden we niet veel meer het welzijn van werkers in plaats van de winsten van ondernemingen moeten beogen?

Het lijkt wellicht alsof deze problematiek niets te maken heeft met de huidige pandemie, maar dat is niet zo. Het is dezelfde mentaliteit die eraan ten grondslag ligt. En ook hier geldt: er zijn geen oorzaken zonder gevolgen.

Is de grote paradox van deze tijd niet dat we de grenzen voor allerlei producten hebben geëlimineerd, maar voor mensen hebben gesloten? Na de vorige grote mondiale ‘crisis’, de Tweede Wereldoorlog, hebben we allerlei verdragen ondertekend die het mogelijk moest maken dat mensen zich vrij over de planeet konden bewegen en konden vluchten voor onrecht, oorlog en armoe. Er is bijna geen land dat die ondertekende contracten naleeft. Miljoenen mensen zijn op de vlucht. Elk land probeert zijn grenzen voor hen te sluiten. Is het mogelijk de grenzen blijvend te sluiten voor deze mensen? Zo nee, hoe lossen we het probleem dan op? Juist in tijd van crisis zouden we hierover moeten nadenken.

Als de coronacrisis ons één ding leert, is dat we de grenzen niet kunnen sluiten. Afgescheidenheid is een fictie, zeker in deze moderne wereld. Ze leert ook dat we ons niet kunnen beschermen tegen de gevolgen van ons eigen handelen. We kunnen ons onvatbaar wanen omdat we rijk zijn, een goede gezondheidsverzekering hebben. Daar trekt het virus zich niets van aan en ook wij zullen in huis moeten blijven. We kunnen miljarden en miljarden besteden aan wapentuig, maar daarmee kunnen we een microscopisch klein virus niet verslaan. De enige duurzame genezing is een verandering van mentaliteit. 

Conclusie

Alles overwegend kunnen we stellen dat de crisis niet door een ingeboren slechtheid van de mens is ontstaan, maar veeleer door een blindheid, een onwetendheid over de ware aard van het leven. 

Zolang de mens zijn levensdoel zoekt in uiterlijkheid, in begeerte naar aanzien en luxe, zal hij gedreven worden door zelfzucht. Zelfzucht leidt tot een bekrompenheid van het bewustzijn, ja, tot mentale blindheid. Daarmee bedoelen we dat je dan veronderstelt dat de zelfzuchtige oorzaken die je schept niet tot nadelige gevolgen voor jezelf zullen leiden.

Deze crisis kan ons leren dat er andere waarden in het leven zijn, dat we in alle opzichten moeten streven naar een harmonieuzere en rechtvaardigere wereld en dat deeloplossingen voor mondiale problemen niet bestaan. 

De pandemie zal ongetwijfeld leiden tot een verstoring van de economie. Laten landen die verstoring in gezamenlijkheid oplossen, waarbij de landen die meer ‘vet op de botten’ hebben niet per definitie afwijzend moeten staan tegenover de hulpvraag van minder rijke landen en niet in de reflex schieten – dat is het gevaar dat een crisis ook met zich meedraagt – dat iedereen maar zijn eigen peultjes moet doppen.

De crisis kan ons doen beseffen dat de werkelijke waarde van het leven ligt in het bewustzijn van de mens en niet in de vorm waarin het zich uitdrukt. Ofwel: het lichaam en de uiterlijke omstandigheden hebben uiteraard een deel van onze aandacht nodig, maar de menselijke waardigheid ligt in edele aspecten van ons bewustzijn. Hoe rijk, verheven dat bewustzijn kan zijn, is aan iedereen bekend die zich in dit onderwerp verdiept.

Door de bestudering van de eeuwenoude Theosofia leer je de nog onontgonnen lagen in je eigen bewustzijn te ontdekken en te ontginnen en daarmee de kans met beide handen te grijpen die deze crisis ons biedt.

Uiteraard is de Theosophical Society Point Loma graag bereid u daarbij te helpen.

Neem contact met ons op.